Wat nou als het verhaal achter Jan, Piet en Joris heel anders zat?

In de ballade ‘Die hebben baarden’ verhaalt Mc over het mogelijke leed achter ‘Al die willen te kaap’ren varen’.

Lyrics – Die hebben baarden

Ik lijd schipbreuk op zee,
in gedachten ga ik mee.
Ik verdom het toch om achter te blijven

Ik heb geen kapitaal, geen geld.
Ik word zeker nooit jouw held
maar ik zal mijn droom na streven voor vijfen.

Ik sta weer eens aan wal,
hoofd met vuur en vol met gal,
als ik afdruip naar een volgende kroeg

en ik zuip me helemaal lam –
van de dijk tot aan de dam –
en bestel nog eens (ik heb toch nooit genoeg).

En al die willen te kaap’ren varen
moeten mannen met baarden zijn
Jan, pier, tjoris en corneel
die hebben baarden, die hebben baarden
Jan, pier, tjoris en corneel
Die hebben baarden: zij varen veel.

Ik sta weer eens aan land
mijn gedachten in het want.
Ik voel me zo verdomd alleen en dat ben ik ook.

En ik ga maar naar een hoer.
Het interesseert me toch geen moer:
als ik klaarkom zit mijn hoofd vol in de rook.

Ik ben helemaal alleen.
Ik wil ook niemand om me heen.
‘k heb drie broers maar ik ben toch enigskind.

‘k wens de kapitein vaarwel;
hen behouden reis naar hel.
Het interesseert me niet wat iemand daarvan vind.

En al die willen te kaap’ren varen
moeten mannen met baarden zijn
Jan, pier, tjoris en corneel
die hebben baarden, die hebben baarden
Jan, pier, tjoris en corneel
Die hebben baarden: zij varen veel.

Jan, Pier, Tjoris en Corneel
zijn mijn broers, zijn drie te veel,
hebben baarden van hun kin tot aan hun knie
en ik smijt graag met grove taal
en vermoord ze allemaal
blind en dodelijk in mijn jaloezie.

En al die willen te kaap’ren varen
moeten mannen met baarden zijn
Jan, pier, tjoris en corneel
die hebben baarden, die hebben baarden
Jan, pier, tjoris en corneel
Die hebben baarden: zij varen veel.